De Blauwe Bloem en de Biologisch-Dynamische Landbouw
Biologisch-dynamische Landbouw:
Op verzoek van een aantal boeren hield Rudolf Steiner in juni 1924 in het Duitse
Koberwitz de zgn. Landbouwkursus. Uit de aanwijzingen die Steiner toen
gaf, is later de biologisch-dynamische (vaak afgekort tot ‘BD-’) landbouw
ontstaan. Wie de voordrachten van die landbouwkursus doorneemt, treft direkt in
het begin daarvan een passage aan waar je makkelijk overheen leest. Deze passage
luidt: "Juist de landbouw is op een bepaalde manier aangetast, op ernstige wijze
aangetast door de moderne geestesgesteldheid. Ziet U, deze moderne
geesteshouding heeft, vooral met betrekking tot het ekonomische leven,
vernielende vormen aangenomen, waarvan het afbrekende karakter door velen nog
maar nauwelijks wordt beseft." (kursivering door ons).
Vooral sinds het begin van de vorige eeuw heeft de landbouw te kampen met
verzieking. In onze tijd zijn de gevolgen daarvan zo schrikbarend toegenomen,
dat we er niet meer omheen kunnen: milieuverloedering door landbouwgif,
mestoverschotten, planten- en dierenziektes, achteruitgang van de kwaliteit van
onze voeding... In de genoemde passage wijst Rudolf Steiner erop dat die
verzieking van de landbouw wordt veroorzaakt en in stand gehouden doordat aan
ons ekonomische leven een verkeerd koncept ten grondslag ligt. Een ekonomie die
gebaseerd is op winstbejag, moet immers streven naar maximale opbrengsten met
minimale kosten. In de industriële (fabrieksmatige) warenproduktie is dit
principe tot op zekere hoogte op zijn plaats. De landbouwproduktie is echter
gebaseerd op levensprocessen die zich niet straffeloos in een industrieel
keurslijf laten persen.
Dit laat zich
gemakkelijk illustreren aan de hand van een klein rekenvoorbeeld:
Als vier timmerlui het klaarspelen om in een kleine werkplaats van 25 m² tien
stoelen per dag te fabriceren, dan staat in principe niets in de weg om met
vierhonderd arbeiders in een fabriek van 1800 m², uitgerust met geschikte
machines, vierhonderdduizend stoelen per jaar te maken.
Dezelfde
redenering toegepast op de landbouw levert dan het volgende plaatje op:
Als blijkt dat een tuinman op 1 m² van zijn moestuin in één jaar tien kroppen
sla kan telen, waarom zou het dan niet mogelijk zijn om op een perceel van 2000
m², gebruik makend van voldoende kunstmatige bemes-ting, in tien jaar tijds
vierhonderdduizend kroppen sla te produceren?
Het antwoord op die vraag is ons vandaag genoegzaam bekend: het is wel
realiseerbaar, maar heeft zeer kwalijke gevolgen: de bodem raakt uitgeput en
onderhevig aan erosie, terwijl de kultuurgewassen in levenskracht aanzienlijk
achteruitgaan. Ze verliezen daardoor niet alleen aan voedingskwaliteit, maar
worden ook in toenemende mate gevoelig voor allerhande parasieten (schimmels,
bakteriën, wormen, insekten,…). Dat maakt het gebruik van steeds geraffineerdere
giftige bestrijdingsmiddelen noodzakelijk, wat het milieu en ook onze gezondheid
niet bepaald ten goede komt. Het is dan ook geen wonder dat vele mensen, begaan
met het lot van natuur en kultuur, andere wegen hebben gezocht en gevonden.
De biologisch-dynamische landbouw is de oudste en meest gefundeerde vorm van
georganiseerde biologische landbouw in de moderne betekenis van het woord. De
biologische landbouw beoogt niets minder dan gezondmaking van mens en aarde. Ter
bevordering van de bodemvruchtbaarheid wordt er dan ook bewust geen gebruik
gemaakt van kunst- of drijfmest, maar van kompost. Die ontstaat uit plantaardig
en dierlijk afvalmateriaal dat onder invloed van talrijke organismen zoals
bakteriën en wormen is omgevormd tot een rijke voedingsbodem voor de
kultuurgewassen. De rol van kompost in de landbouw is dus te vergelijken met die
van humus in de natuur.
De
biologisch-dynamische landbouw gaat echter nog een stap verder door het milieu
niet alleen te ontzien, maar ook daadwerkelijk te ondersteunen:
landschaps-verzorging en natuurbescherming zijn in de BD-landbouw geïntegreerd!
Ieder biologisch-dynamisch bedrijf vormt daarbij een (individueel) organisch
geheel, waarbij de verschillende ‘organen’ (vee, gewassen, akkers, weiden,
bijenkorven, maar ook een stukje ‘natuur’ in de vorm van bijv. heggen, een bosje
of een kleine vijver of plas) elkaar ondersteunen. Zulke bedrijven zijn dan ook
in principe altijd gemengd, dus met gewassen én dieren. Ze hebben hun eigen
kringlopen van mest- en veevoeder-
produktie, kompostbereiding enz. en zijn op die manier zo min mogelijk
aangewezen op ‘vreemde’ toevoer.
Omdat onze aarde inmiddels toch al behoorlijk verzwakt is, wordt in de
BD-landbouw ook gebruik gemaakt van zorgvuldig bereide dierlijke en plantaardige
preparaten, die als een soort homeopatische bodem- en gewasbehandeling fungeren.
Voorts past men er een aantal ‘kosmische regels’ toe die door de eeuwen heen
(tot de komst van de industriële landbouw) deel hebben uitgemaakt van de
traditionele boerenwijsheid: bijv. rekening houden met de stand van de maan en
de planeten aan de hemel.
Uit deze summiere beschrijving valt af te leiden dat het voor de
biologisch-dynamische land- of tuinbouwer van primordiaal belang is om haar/zijn
bedrijf op basis van eigen inzichten en ervaringen in te kunnen richten als een
organisch geheel, dat ook rekening houdt met de uiterlijke omstandigheden zoals
omgeving, klimaat en bodem. Dat wordt echter zo goed als onmogelijk gemaakt als
de prijzen die de boer(in) voor zijn produkten kan krijgen, door het zogenaamde
‘mechanisme van vraag en aanbod op de vrije markt’ onder druk komen te staan.
Dan ziet hij/zij zich immers genoodzaakt tot het nemen van anorganische
maatregelen: om financieel het hoofd boven water te houden moet iedere m² zo
produktief mogelijk benut worden, het aantal teelten dient drastisch te worden
ingeperkt (tendens naar monokulturen), het ‘gemengde bedrijf’-koncept wordt als
niet rendabel beschouwd en terzijde geschoven.
Als konklusie moet hieruit voortvloeien dat een gezondmakende landbouw niet
verenigbaar is met de industrieel-kapitalistische ‘vrije-markt’ ekonomie. Het is
overigens niet overbodig erop te wijzen dat de landbouw al meer dan zevenduizend
jaar in staat is gebleken om de mensheid te voorzien van levensmiddelen. Vrijwel
al die tijd is de landbouw de facto biologisch van karakter geweest; hij is pas
in problematisch vaarwater terecht gekomen tegelijk met de opkomst van de
vrijemarktekonomie nu ruim twee eeuwen geleden.
Associatieve Ekonomie:
Maar wat is dan een zinvol alternatief? Ook in BD-kringen is doorgaans weinig
bekend dat Rudolf Steiner ongeveer twee jaar eerder, in juli/augustus 1922 in
Dornach een kursus heeft gehouden voor ekonomiestudenten, waarin hij de
grondslagen heeft gelegd voor een nieuwe, eigentijdse ekonomie. In deze kursus
Wereldekonomie wees Steiner herhaaldelijk op de plaats en de rol van de
landbouw in een gezond ekonomisch leven. Het sleutelwoord voor deze nieuwe
ekonomie is associaties. Daarmee zijn overlegorganen bedoeld waarin
produ-centen, handelaren en konsumenten als gelijkwaardige partners met elkaar
onderhandelen.
Eénieder die onbevooroordeeld en met wat gezond verstand naar het huidige
ekonomische leven kijkt, moet wel tot de konklusie komen dat de wilde
konkurrentiedans op de ‘vrije markt’ tot chaos leidt en tot een enorme
verspilling van grondstoffen, arbeidskracht en geld. Als je dit beseft, is het
niet moeilijk in te zien dat in een gezonde ekonomie overleg nodig is tussen
konsumenten, handelaars en producenten om de voortbrenging en verhandeling van
produkten (waren) af te stemmen op wat er werkelijk nodig is. In een schema
gevat:
De
handel heeft in een gezonde ekonomie beslist niet de taak om tussen konsumenten
en producenten een ondoorzichtig scherm neer te zetten. Het is juist de
bedoeling dat de handel deze twee ‘polen’ met elkaar in verbinding brengt
en daartussen een bemiddelende rol kan spelen. Praktisch gesproken dient
dus de handel eerst aan de konsumptiezijde de werkelijke behoeften te
inventariseren om vervolgens aan de produktiezijde met de mensen die daartoe de
nodige bekwaamheden bezitten, te onderhandelen hoe de produkten op de
meest doelmatige manier gemaakt en verhandeld kunnen worden.
Eén en ander resulteert dan in het maken van afspraken over afnames en prijzen
van de produkten. Het hoeft daarbij weinig betoog dat in een landbouwassociatie
de kwaliteit van de levensmiddelen in het overleg een doorslaggevende rol zal
spelen en ook dat bij de prijsvorming van de produkten bijv. rekening wordt
gehouden met de voor deze branche typische risiko’s (misoogsten door ongunstige
weersomstandigheden e.d.).
Maar zo eenvoudig als dit in te zien is, zo moeilijk is het in de praktijk te
realiseren. Dat komt doordat bepaalde denkgewoonten, die zich door de generaties
heen hebben gevormd, ons beletten om de omslag te maken naar een nieuw
ekonomisch denken, waarin niet het geld, maar de mens centraal
staat. De denkpatronen die gewoonlijk ons ekonomisch handelen bepalen, zijn
doorweven met enkele hardnekkige dogma's (ingeroeste ‘vanzelfspekendheden’),
waarvan de twee voornaamste zijn:
We komen hierop terug, maar zetten nu eerst een stap naar de praktijk.
Een nieuwe Verbinding tussen Klant en Winkelier:
De Blauwe
Bloem is een winkel in het hart van Gent, waar al sinds 1976
voornamelijk levensmiddelen van overwegend Demeter-kwaliteit* verkocht worden.
Na twaalf jaar praktijk in de gangbare ekonomie is de winkel in 1988
overgeschakeld naar een totaal nieuwe werkwijze die gebaseerd is op de
associatieve ekonomie.
In De Blauwe Bloem gaan wij uit van het
basisgegeven dat klant en winkelier van elkaar afhankelijk zijn. De klant
heeft behoefte aan produkten die de winkelier hem kan bezorgen, de
winkelier heeft om het werk voor de klanten te kunnen doen, een inkomen
nodig dat zich uit de prijzen van de verkochte produkten moet vormen. Deze
onderlinge afhankelijkheid tussen klant en winkelier willen wij niet - zoals in
de gangbare handel veelal gebruikelijk is - verdoezelen of zelfs ontkennen, maar
juist bewust maken, zodat we kunnen leren er als volwassen mensen mee om te
gaan. De struktuur van de winkel die we in de hierna volgende paragrafen kort
willen schetsen, is daarbij een ondersteunende hulp.
Vooruitbestellen:
Om de winkelier toe te laten de produktenstroom zo efficiënt en zinvol mogelijk
te organiseren, geven de klanten van te voren aan wat zij op een volgende
winkeldag aan boodschappen nodig hebben. Dat vergt oefening en lijkt in het
begin wel eens onbegonnen werk. De gangbare ekonomische strukturen richten zich
immers middels reklame- en andere technieken vooral op het begeerteleven
van de mens. Zo hebben we als konsumenten grondig afgeleerd om na te denken over
onze werkelijke behoeften. Dat heeft geleid tot de eerste dogmatische
opvatting, nl. dat klanten niet in staat of bereid zijn om hun eigen behoeften
te bepalen en dat producenten en handelaars hun die behoeften aan moeten praten.
In De Blauwe Bloem proberen we deze vicieuze
cirkel te doorbreken. Als de winkelier van de klanten werkelijk uitgesproken
vragen krijgt, kan hij daarvoor ook verantwoordelijkheid nemen (letterlijk: in
staat zijn een antwoord te geven). Hij kan dan al zijn vakbekwaamheid inzetten
om te zorgen dat de klanten inderdaad datgene krijgen waar ze om vragen. In de
winkel heeft iedere klant een eigen vak waarin de boodschappen vóór openingstijd
worden klaargezet. Nu moet hieruit niet de indruk ontstaan dat wij proberen het
leven in een star bestelsysteem vast te leggen; het vooruitbestellen laat ruimte
voor beweging over en weer. Zo kan een klant die onverwachts meer nodig heeft
dan voorzien, als hij zijn boodschappen ophaalt, eventueel nog bijkopen uit de
restvoorraad in de winkel. Die ontstaat door het overwegend bij de groothandel
afnemen van produkten per omverpakking. Anderzijds zal in bepaalde
probleemgevallen (bv. ziekte van de klant) de winkelier desnoods (een deel van)
de bestelde boodschappen terugnemen. Het vooruitbestellen laat dus nog veel
speelruimte over.
Prijsvorming:
De prijs van om het even welk produkt is altijd samengesteld uit stukjes inkomen
van mensen die aan de vervaardiging en verhandeling van dat produkt hebben
gewerkt. Omdat wij in De Blauwe Bloem ook de
geldstroom doorzichtig willen maken, is het prijsgedeelte waaruit zich het
inkomen van de winkelier(s) samenstelt, uit de eenheidsprijs van de produkten
losgemaakt. Dit gedeelte noemen we ‘medewerkersgeld’; de klanten betalen het
niet bij het afrekenen van hun boodschappen, maar apart daarvan éénmaal per
maand. Gangbaar worden er over de produktprijzen geen afspraken gemaakt tussen
klant en winkelier. Daardoor kan de winkelier ook niet anders dan aan de klanten
zoveel mogelijk verkopen in de hoop dat hij voldoende ‘winst’ over zal houden en
zich tegen onzekerheden in kan dekken. Het draaien van omzet, het realiseren van
winst wordt dan een doel op zich. Hier hebben we te maken met de tweede
dogmatische opvatting, die zeer diep in ons denken is geworteld, nl. dat een
mens moet werken om geld te verdienen, dus voor zichzelf. In onze samenleving
kan echter niemand voor zichzelf werken; puur feitelijk is dat al lang niet meer
mogelijk!
Daarom
pogen wij in De Blauwe Bloem dit dogma te
ontkrachten. Ook een winkelier werkt immers niet voor zichzelf, maar voor zijn
klanten. Natuurlijk moet hij wel over voldoende inkomen kunnen beschikken, zodat
hij in staat wordt gesteld om te zorgen voor datgene waar de klanten om vragen.
Met elke klant wordt in de winkel om de zes maanden een afspraak gemaakt over
zijn bijdrage aan medewerkersgeld, rekening houdend met de waardering die de
klant heeft voor het winkelwerk en met de soort en de hoeveelheid werk die hij
van ons vraagt. In beperkte mate kan ook het eigen inkomen van de klant daarin
een rol spelen. Op die manier staan de klanten gezamenlijk garant
voor het inkomen van de winkelier. Hier is het dus de klant die door het betalen
van een juiste prijs een stukje verantwoordelijkheid neemt voor de winkelier.
Samenwerking met de Producent:
Vanaf het begin van de nieuwe werkwijze van De Blauwe
Bloem, nu ruim achttien jaar geleden, lag het in de bedoeling om ook
de producenten (bijv. telers van biologisch-dynamische groente en fruit) en/of
ook de groothandel daarbij te betrekken. Er is toen ook gepoogd om een
verdeelcentrum voor BD-verswaren op basis van associatieve ekonomie op poten te
zetten. Eén en ander heeft echter niet tot praktische resultaten geleid. We
hebben toen besloten om eerst een tijdlang onze volle aandacht aan de praktijk
van de winkel te besteden. Wel lopen sinds vele jaren met een fabrikant van
bijenwaskaarsen (Dipam) en met een biologisch-dynamisch werkende imker (Amélie
Mélo) afspraken op langere termijn.
Sinds 1997 is het echter gelukt om tot overleg en afspraken te komen met enkele
biologisch(-dynamisch)e land- en tuinbouwbedrijven. Door de jarenlange
ervaringen die zij hebben opgedaan met bestellen op korte termijn, blijken nu de
meeste klanten van De Blauwe Bloem best in
staat te zijn om ook afname-toezeggingen te doen voor de hoeveelheden groente en
fruit die zij in het komende seizoen nodig zullen hebben. Daarmee kunnen wij de
afname van die hoeveelheden aan de telers garanderen. Voor elke teelt wordt
daarbij van te voren met de producent een prijsafspraak gemaakt in de
lijn van de medewerkersgeld-gedachte. Dat wil zeggen dat die prijzen zo moeten
zijn dat daaruit alle produktiekosten én voldoende inkomen voor de boer kunnen
worden opgebracht. Momenteel lopen er zulke langetermijnafspraken voor verse
groenten en vruchten met Lochting-Dedrie in Roeselare/Izegem en met de Boerderij
en de Boomgaard Ter Linde in Oostkapelle. Recent is de samenwerking met de
zorgtuinderij De Bekwame Boon in Drongen-Gent. Wat dit projekt bijzonder
leerzaam maakt, is dat de schaalgrootte van het bedrijf goed met die van de
winkel overeenkomt, zodat er echt op basis van door de klanten uitgesproken
vragen geteeld wordt.
Sociale Processen:
Over het volgende willen wij geen misverstand laten ontstaan. Wij zien
De Blauwe Bloem niet als een model van een
associatie in de zin zoals Steiner dat in zijn kursus ‘Wereldekonomie’ bedoeld
heeft. Daarvoor ontbreekt immers de maatschappelijke kontext; sommige aspekten
van de winkel zijn juist bepaald door het ontbreken van een associatieve
ekonomie op grote schaal.
Maar wat is De Blauwe Bloem dan wèl? Het is
een oefenplek waar processen tussen mensen op gang kunnen komen. Die processen
kunnen jaren in beslag nemen, want het afstand doen van vooroordelen die al
sinds generaties zijn opgebouwd, is nu eenmaal geen eenvoudige zaak. Maar het is
wel een leerzaam proces, dat een grote mate van voldoening kan geven zowel voor
de klanten als voor de winkeliers en de boeren! Tussen alle betrokkenen kan een
nieuw soort zakelijke verbinding ontstaan op basis van vertrouwen en
verantwoordelijkheid over en weer. Dat blijken dan ook de sleutelwoorden te
zijn voor een nieuwe ekonomie. De ontwikkeling van zo'n ekonomie zal op langere
termijn een voorwaarde zijn om de biologisch-dynamische landbouw tot volle bloei
te laten komen.
