De
associatieve ekonomie
… om zo’n landbouw mogelijk te maken is er ook een nieuwe handel nodig.
Als een land- of tuinbouwer
door de handelsorganisaties waaraan hij zijn produkten levert, onder druk wordt
gezet om steeds hogere opbrengsten af te leveren tegen steeds lagere prijzen,
wordt hij gedwongen om op een industriële, niet-organische manier met zijn
gewassen en dieren en met het milieu om te gaan. Dat is echter precies wat
konkurrentie en winstmaximalisatie in het huidige ekonomische leven bewerken. In
het anonieme ‘vrije’ marktgebeuren zien we dan steeds weer hoe produkten van
hogere kwaliteit het veld moeten ruimen voor produkten van lagere kwaliteit,
omdat die goedkoper kunnen worden aangeboden. Hoe kunnen we dit anders
aanpakken?
Hoort
konkurrentie in het ekonomische leven
wel thuis? Als we zien hoe de zogenaamde vrije-markt-ekonomie nu toonaangevend
is geworden in de wereld, lijkt het antwoord ‘ja’ te zijn. We kunnen echter
ook de huidige vorm van ekonomie die op het beginsel van persoonlijk profijt
berust, zien als een overgangsvorm. In de middeleeuwen kende men de gilden-ekonomie,
die sterk op solidariteit gestoeld was, maar geen vrijheid kende. In de toekomst
zal het principe van de ‘vrije markt’
plaats maken voor een associatieve ekonomie, die gebaseerd is op onderling overleg
tussen konsumenten, handelaren en producenten, en waarin het streven naar winst
op zich geen rol van betekenis meer zal spelen.
In
deze nieuwe vorm van ekonomie neemt de handel bewust een bemiddelende en verbindende
positie in tussen konsumenten en producenten. Het uitgangspunt voor dit overleg
is even logisch als eenvoudig: de drie partijen gaan met elkaar ‘rond de tafel
zitten’ om eerst te kijken wat er werkelijk aan produkten nodig is en om
vervolgens met elkaar af te spreken welke en hoeveel produkten er gemaakt en
verhandeld zullen worden en welke prijzen ze zullen hebben. Door zo’n overleg
kunnen veel nutteloze kosten en verspilling vermeden worden, waardoor de prijzen
van de produkten niet hoger worden dan nodig is. Anderzijds mogen de prijzen
echter ook niet lager zijn dan nodig is, omdat dit uitbuiting tot gevolg zou
hebben. In feite is associatief overleg de enige aanpak die uitbuiting (bijv.
van de boeren zowel hier als in de derde wereld) onmogelijk maakt.
Het
zal nog wel even duren voordat zo’n handel en ekonomie op wereldschaal tot
stand zijn gekomen. Als we de biologisch(-dynamisch)e landbouw echte
toekomstperspektieven willen geven, kunnen we toch niet anders doen dan op dit
moment alvast de kiemen voor zo’n nieuwe ekonomie leggen en verzorgen.
Vanuit
die nood zijn er ook al heel wat initiatieven genomen om konsumenten op een
direkte manier te betrekken bij een land- of tuinbouwbedrijf waar zij hun
voedingsmiddelen vandaan halen: CSA- of Pergola-boerderijen
bijvoorbeeld. Tussenhandel wordt daarbij zoveel mogelijk vermeden.
We
leven echter in een wereldekonomie,
waarin daadwerkelijk iedereen van iedereen afhankelijk is geworden. En omdat we
het tenslotte in onze samenleving dus ook niet zonder handel kunnen stellen,
houden we nog als belangrijke taak over om ook voor de handel zelf nieuwe vormen te vinden en tot ontwikkeling te brengen.