Een Winkel als Praktisch Oefenveld voor Associatieve Economie.

                                                  
Na twaalf jaar ervaring met de ‘vrije markt’:

     De Blauwe Bloem is een winkel waar sinds 1976 voornamelijk levensmiddelen van biologisch-dynamische kwaliteit verkocht worden, met daarnaast schoonmaakmiddelen, cosmetica en bijenwaskaarsen, en met de mogelijkheid voor andere producten.

     Precies twaalf jaar lang was deze winkel gevestigd op de Hooiaard in de Gentse historische binnenstad. Hij functioneerde zoals gangbaar in de vrijemarkteconomie, die gebaseerd is op het principe van de concurrentie. Overigens was er van concurrentie in de beginjaren nog weinig te merken, want er waren toen nog niet veel natuurvoedingswinkels. Dat begon rond het midden van de jaren tachtig te veranderen.

     De honderden klanten die wekelijks in De Blauwe Bloem kwamen, werden er graag geholpen. Bij het in voorraad nemen van producten moest de winkelier echter telkens opnieuw proberen vragen te beantwoorden die op dat moment nog niet gesteld waren en waarvan niet zeker was dat ze gesteld zouden worden. Zo kon het gebeuren dat de klanten op zaterdagmiddag te horen kregen dat de meeste verswaren al uitverkocht waren. Maar een week later kon het ook zijn dat de winkelier na sluitingstijd tegen een overschot van veertien broden, drieëntwintig liter bederfelijke melk en een kist spinazie aan stond te kijken…

     Dat was erg vervelend, niet alleen omdat het voor de winkel een verliespost betekende, maar vooral omdat op deze manier verspilling van kostbare grondstoffen, menselijke arbeid en investeringen optraden. Deze onzekerheid en de eruit voortvloeiende gevolgen behoren echter wezenlijk bij de concurrentie-economie. Het leverde spanningen op en een gevoel van strijd, die de menselijke krachten onttrok aan waar die het meest nodig zijn, namelijk voor het scheppen van betrokkenheid tussen de van elkaar afhankelijke mensen (in dit geval klant en winkelier).

     Eind 1986 zijn medewerkers en enkele klanten van De Blauwe Bloem zich gaan bezinnen om aan deze problematiek concreet iets te gaan doen. De uitgangsvraag was: kan de huidige keiharde zakenwereld, waarin het geld als macht op mensen drukt, plaats ruimen voor een economie waarin de mensen centraal staan en het geld als een middel wordt gebruikt?

     Zij kwamen in contact met de winkel De Korenmaat in Zeist, waar al sinds 1981 in de praktijk aan het streven naar een associatieve economie was gewerkt. Daar werden praktische aanknopingspunten gevonden om verder aan de idealen van De Blauwe Bloem te werken. Na een grondige voorbereiding werd besloten de winkel geheel om te vormen. Dat gebeurde begin 1988 en viel samen met de verhuizing van de winkel naar de Lange Steenstraat in Gent, waar hij nog steeds is gevestigd. De nieuwe werkwijze, die nu al meer dan achtentwintig jaar lang met succes wordt toegepast, zullen we in het volgende schetsen.


De werkelijke Vraag als Uitgangspunt
:

     In De Blauwe Bloem willen we werken aan een productie en verhandeling van producten, die gebaseerd zijn op een werkelijk uitgesproken vraag. Immers, alleen wanneer van de echte behoefte van de klant wordt uitgegaan, zal er doelgericht geproduceerd en verhandeld kunnen worden. Overproductie zal dan nagenoeg niet plaatsvinden. Ook het vervoer van de producten zal doelmatig geregeld kunnen worden en productiebedrijven en handelsorganisaties zullen de meest geschikte vestigingsplaats kunnen kiezen. Investeringen en de financiering daarvan zijn nauwelijks riskant.

     Om dit mogelijk te maken dienen de vertegenwoordigers van de drie partijen in het economische leven (klant, handelaar en producent) regelmatig overleg met elkaar te voeren. In dit overleg kunnen de verlangens, mogelijkheden en onmogelijkheden van elk der belanghebbenden uitgesproken, met elkaar vergeleken en tegen elkaar afgewogen worden. Dit overleg, deze oordeelsvorming die aan het organiseren van productie en handel voorafgaat, is het kenmerk voor een nieuwe economie. De oordeelsvormingsorganen noemen we associaties, zodat we ook kunnen spreken van een associatieve economie.

     Uit dit oordeelsvormingsproces kunnen tenslotte de feitelijke besluiten en afspraken voortkomen zoals:

-     wat en hoe er geproduceerd zal worden,
-     welke kwaliteit de producten zullen hebben,
-     welke prijs ze zullen hebben,
-     hoe de leverings- en afnamevoorwaarden zullen zijn,
-     hoe de financiering van de investeringen kan plaatshebben,
-     enz.

     Met ‘producten’ wordt hier bedoeld: goederen en diensten die warenkarakter hebben; dat is pas het geval als die goederen en diensten een afnemer hebben.

     In De Blauwe Bloem wordt in eerste instantie gepoogd het hierboven genoemde overleg op gang te brengen tussen klant en winkelier. Als ondersteunende vorm is daartoe gekozen voor een winkel met vaste klanten. Hoe het boodschappen doen in zo’n winkel praktisch in zijn werk gaat, kunt U lezen in de volgende beschrijving:

  • -     Op een winkeldag halen de klanten de producten die ze op een vorige winkeldag hebben besteld, op uit hun vak. De klanten rekenen af en bestellen voor een volgende winkeldag. Daartoe staat de klanten in de winkel een grote besteltafel ter beschikking, uitgerust met bestelformulieren en een map met het overzicht van alle verkrijgbare producten. Voor de producten met wisselend aanbod (groenten en fruit) wordt iedere week een nieuw bestelformulier gemaakt waarop het verwachte aanbod voor de volgende week met de desbetreffende prijzen vermeld staat. Meer en meer klanten maken echter gebruik van het on-line bestelprogramma dat gekoppeld is aan deze webstek.
  •  
  •  -     De winkelier verzamelt aan het einde van een winkeldag de bestellingen van alle klanten. Op basis daarvan kunnen nauwkeurige bestellingen bij de groothandels, bakkers, groente-  en  fruittelers…  geplaatst  worden.  Wanneer  een   product  niet  geleverd  kan worden, zorgt de winkelier voor een vervanging waaruit de klant dan zelf kan kiezen. Klanten die onverwacht meer nodig hebben of vervanging willen hebben voor een niet geleverd product, kunnen bijkopen uit de restvoorraad in de winkel, die ontstaan is door het bij de groothandel afnemen van producten per omverpakking.
  •  
  •  -     Soms worden er op verzoek van een klant door hem/haar bestelde producten teruggenomen door de winkelier. Dit gebeurt zoveel mogelijk in overleg met de klant, omdat niet elk product op elk moment kan worden teruggenomen, bijv. wegens bederf. Maar is een klant onverwacht in moeilijke omstandigheden (bijv. ziekte) terechtgekomen, dan zijn deze uiteraard doorslaggevend en wordt zo nodig de hele bestelling teruggenomen, ook al zou deze niet meer verkocht kunnen worden.
  •  
  • -     Elke klant heeft in de winkel en ook in de koelcel een eigen vak op naam. Alle vooraf bestelde boodschappen worden vóór openingstijd klaargemaakt en in de vakken van de desbetreffende klanten gedeponeerd.

    -     De openingstijden van de winkel worden in overleg met de klanten bepaald.

    -     Hetzelfde geldt voor het productenassortiment in de winkel. Weliswaar zal de winkelier vanuit zijn/haar eigen mogelijkheden en inzichten niet op alle vragen van de klanten in kunnen gaan. Waar de grens ligt zal echter mede van het overleg met de klanten afhankelijk zijn.

     Uit het voorgaande kan misschien de indruk ontstaan alsof het leven vast te leggen is. Dat is uiteraard niet het geval. Juist omdat er in het leven veel beweging is en vele onzekerheden, zijn er afspraken nodig.


Geld in zijn drie Verschijningsvormen:

     Wij willen ook komen tot het op een gezonde manier omgaan met geld. met geld kunnen we verschillende dingen doen die terug te brengen zijn tot drie soorten handelingen met elk een eigen kwaliteit, nl. kopen. lenen en schenken. Het geld zelf treedt dan dienovereenkomstig ook op in één van de drie verschijningsvormen koopgeld, leengeld en schenkgeld.

     Met koopgeld betalen we de producten die we in een winkel kopen en die voor eigen verbruik bedoeld zijn. De prijs die we daarvoor betalen, is opgebouwd uit allemaal stukjes inkomen, bestemd voor de mensen die eraan hebben meegewerkt om het product te vervaardigen en te verhandelen. Op het moment dat een klant een product koopt, hééft echter de hele productie en circulatie (handel) al plaatsgevonden en dus moeten die ook al op de één of andere manier gefinancierd zijn. Bij aankoop van een product betaalt de klant dus eigenlijk al voor het volgende soortgelijke product.

     In  De Blauwe Bloem  willen  we  dit  in de  geldstroom  zichtbaar  maken. Van iedere klant wordt gevraagd eenmalig een bedrag aan de winkel ter beschikking te stellen ter grootte van drie weken koopgeld (dus wat men betaalt voor alle boodschappen die men in een tijdvak van drie weken gekocht heeft). Het bedrag kan ook in gedeeltes betaald worden. Het door de klant betaalde bedrag wordt op zijn/haar naam in de boekhouding verwerkt en weer in zijn geheel terugbetaald wanneer hij/zij ophoudt klant in de winkel te zijn.

     Leengeld willen wij gebruiken voor de financiering van de productiemiddelen zoals de winkelinrichting. Gangbaar is dat deze financiering plaatsvindt uit de eigen reserves en, voor zover nodig, aangevuld met een banklening. Door geld uit eigen reserves te gebruiken beslist men vanuit de eigen financiële mogelijkheden en de winstverwachtingen zoals men die zelf heeft.

     In De Blauwe Bloem willen we er bewust voor kiezen om de financieringen geheel uit leningen te doen om zo de wederzijdse afhankelijkheid van klant en winkelier zichtbaar te maken. Immers met dit geld gaan de leengeldvragers, in dit geval de winkeliers, en de leengeldverstrekkers, in dit geval veelal klanten, een verdergaande verbinding met elkaar aan dan bij het kopen. Dat vraagt ook om een verdere belangstelling in elkaar: men heeft vertrouwen in de mensen die het leengeld vragen, i.c. de winkeliers, vanwege hun bekwaamheden. Van de andere kant zijn er de concrete afname-toezeggingen van de klanten, die duidelijk maken dat de investering in de winkelinrichting als productiemiddel verantwoord is.

     Om aan het leengeld te komen werkt de winkel niet met een gangbare banklening, maar met een leenkring. Daaronder verstaan wij een groep individuele mensen die bereid zijn spaargeld ter beschikking te stellen. Zij vormen dan samen de leenkring, een zelfstandig orgaan met een eigen bankrekening, waarop de individuele deelnemers het door hen toegezegde bedrag storten. Uit hun midden kiezen zij enkele vertegenwoordigers die een aantal taken hebben uit te voeren: het maken van leenovereenkomsten inzake looptijd, bedrag, rente en aflossing, zowel met de winkel als met de individuele leenkringdeelnemers, het voeren van overleg met de exploitatiegroep van de winkel over lopende zaken die voortvloeien uit de leenovereenkomst, het innen van de door de winkel te betalen rente en aflossing, en het verzorgen van de betalingen aan de leenkringdeelnemers.

     Wat tenslotte het schenkgeld betreft: het maken van winst is geen uitgangspunt of doelstelling van de winkel. In een gezonde economie zal echter toch winst gemaakt worden, o.a. doordat er efficiënter wordt gewerkt dan van tevoren kon worden voorzien. Dat hangt met de vakbekwaamheid van de winkeliers samen.

     In De Blauwe Bloem wordt door niemand meer aanspraak gemaakt op deze winst. Immers alle kosten en inkomens zijn al betaald, terwijl de financiering van de winkelinrichting en de overige productiemiddelen met leengeld is gebeurd. De winst wordt daarom in eerste instantie gebruikt om een reserve op te bouwen die nodig is als buffer om eventuele onvoorziene exploitatieverliezen van de winkel tijdelijk op te kunnen vangen. Is deze reserve eenmaal gevormd, dan is de bijkomende winst werkelijk over. Deze is dan geheel vrij geld geworden en kan als schenkgeld een bestemming vinden in het geestesleven.


Een Poging tot Loskoppeling van Arbeid en Inkomen:

      Aan de prijsvorming van de producten wordt in De Blauwe Bloem veel aandacht besteed. Een gezonde (en naar onze mening dus associatieve) economie hanteert als streefdoel dat ieder product een zodanige prijs moet hebben, dat alle mensen die aan het totstandkomen van dat product hebben gewerkt, voldoende inkomen ontvangen om in staat gesteld te worden eenzelfde product opnieuw te vervaardigen. Omdat een associatieve economie op grote schaal nog niet gerealiseerd is, zijn we nog lang niet zover dat we doorzicht kunnen krijgen in de gehele prijsopbouw van een product. We zijn dus genoodzaakt om dit proces stapsgewijs te gaan.

     In een winkel worden bij de prijsopbouw globaal drie bestanddelen samengevoegd: de inkoopprijs, de exploitatiekosten zoals huur, verwarming, zakelijke lasten en verpakkingsmateriaal, en het inkomen van de medewerkers. Alleen dit laatste prijsgedeelte kunnen we in de winkel geheel doorzichtig en hanteerbaar maken. Om een begin te maken met een gezonde prijsvorming hebben we daarom dit stuk van de prijs voor de duidelijkheid eerst losgemaakt van de andere twee delen.

     In het streven naar verwerkelijking van loskoppeling van arbeid en inkomen geldt dat de winkeliers recht hebben op een zodanig inkomen, dat zij in staat zijn in hun levensonderhoud te voorzien gedurende het tijdvak dat zij moeten zorgen voor de nieuwe boodschappenstroom. Het is ook in het belang van de klanten dat dit zo is! Wanneer deze op een volgend tijdstip hun boodschappen af willen halen, moeten de winkeliers voldoende inkomen hebben gehad om zich naar behoren te kleden, voeden, verwarmen, ontspannen… en daardoor ook het werk te doen voor de nieuwe boodschappen.

     In de winkel wordt dus de prijs in twee aparte gedeeltes verrekend. Het eerste deel wordt betaald bij het afhalen van de boodschappen; we noemen dit gedeelte het boodschappengeld. Het bestaat uit de inkoopprijs plus een opslagpercentage dat bestemd is voor de werkingskosten van de winkel. Het tweede gedeelte is inkomensvormend voor de medewerkers van de winkel en wordt daarom het medewerkersgeld genoemd; de klanten betalen dit deel apart, éénmaal per maand. Hoe wordt dit gedeelte nu bepaald?

  • -     Het jaar wordt ingedeeld in twee tijdvakken van zes maanden, te weten april t/m september en oktober t/m maart.
  •  
  • -     Voorafgaand aan elk tijdvak wordt met elke klant kort overleg gevoerd betreffende zijn/haar verwachte afnames in het komende tijdvak. Gegevens over zijn/haar afnames in voorbije tijdvakken kunnen de klant daarbij houvast bieden. De klant geeft daarbij in feite aan wat hij/zij verwacht aan dienstverlening in de winkel.
  •  
  • -     Met de op deze manier verzamelde gegevens wordt een totaalplaatje gemaakt van de verwachte boodschappenstroom van alle klanten.
  •  
  • -     Vervolgens krijgt elke klant een brief waarin wordt medegedeeld wat de medewerkers in totaal en per maand aan inkomen nodig zullen hebben, hoeveel klanten er zijn en hoe groot zijn/haar aandeel in de totale boodschappenstroom is.
  •  
  • -     Aan de klanten wordt gevraagd om middels een formuliertje aan te geven welk bedrag hij/zij aan medewerkersgeld wil bijdragen. Daarbij zullen verschillende overwegingen een rol spelen. De klanten kunnen op hun formuliertje ook aangeven welk bedrag zij eventueel maximaal nog bij willen betalen, mocht de totaliteit van alle eerstgenoemde bedragen samen niet voldoende zijn.

    -     Elke klant krijgt vervolgens bericht welk bedrag hij/zij per maand aan medewerkersgeld dient te betalen, gebaseerd op de door hem-/haarzelf gedane opgave. Dit bedrag dient dan vóór het begin van iedere maand van het tijdvak betaald te worden, zodat de medewerkers hun inkomen vooraf kunnen ontvangen.

    -     Voor nieuwe klanten is een eenvoudige instapregeling voorzien, waarbij zij zich aanvankelijk slechts voor twee maanden verbinden om een afgesproken bedrag aan medewerkersgeld te betalen, op basis van wat zij denken ongeveer aan boodschappen nodig  te zullen hebben in de loop van die twee maanden.

     Het is duidelijk dat de klanten zich gezamenlijk in feite garant stellen voor het inkomen van de winkeliers. Die kunnen dan, bevrijd van de zorg om het ‘geld verdienen’, hun bekwaamheden geheel besteden aan het verzorgen van de boodschappen waar de klanten om vragen.

     Het kan natuurlijk gebeuren dat zelfs na meetelling van de toegezegde verhogingen, er toch te weinig medewerkersgeld is om aan de door de winkeliers gestelde inkomensbehoefte te voldoen. Dan dienen de winkeliers na te gaan of die inkomensbehoefte omlaag kan. In zo’n situatie dient er binnen en tussen de partijen onderling overleg plaats te vinden.


Besluit:

     Uit het voorgaande zal duidelijk geworden zijn dat de werkwijze van de winkel vraagt om een nauwe verbinding van de klanten met de winkel. Eén en ander lijkt op het eerste gezicht misschien nogal ingewikkeld. In wezen gebeurt er echter in De Blauwe Bloem niet zoveel anders dan in een andere winkel; alleen wordt door de specifieke werkwijze van de winkel zichtbaar gemaakt wat er in de handel tussen mensen gebeurt.

     In het economische leven zijn we als mensen afhankelijk van elkaar. Niemand kan meer in de eigen behoeften voorzien; éénieder werkt derhalve voor de ander. Het zinvolle uitgangspunt voor ieders werk is dan ook de feitelijke (dus werkelijk uitgesproken) behoefte van de ander. Dan kunnen de betrokkenen aan hun onderlinge afhankelijkheid uitdrukking gegeven in een bewust te nemen verantwoordelijkheid voor elkaar.

© Tekst: Luuk Humblet, Mia Stockman & Chiel Labruyère
© Illustraties: Jeroen Frateur & Laurence de Craene



Volgende pagina: Een Nieuwe Economie op Basis van Onderlinge Betrokkenheid