Kijken naar 't Verleden, Inspiratie voor het Heden

In de middeleeuwen vond het overgrote deel van de economie plaats in gesloten dorpsgemeenschappen. Iedereen kende elkaar en de productie was vrij goed afgestemd op de werkelijke behoeften. In de steden ontwikkelde zich een economisch leven dat al meer op een markt was afgestemd: dat van de gilden en  ambachten. Die kenden veel reglementen om ervoor te zorgen dat er binnen de gilden geen concurrentie kon ontstaan; er heerste een afgedwongen solidariteit die nauwelijks vrijheidsruimte kende.

Vanaf de renaissance kwam een intercontinentale handel tot stand volgens de principes van de kapitalistische vrije markt. Nu werden winstbejag en onderlinge concurrentie van de ondernemers maatgevend. Deze ‘vrije markt’ functioneert redelijk goed zolang de grondstofbronnen en afzetmarkten zich op aarde nog kunnen uitbreiden. Toch brengt ze slechts welvaart voor een beperkt aantal mensen. En zolang concurrentie nog door de normen van ‘goed fatsoen’ wordt ingeperkt, richt ze niet al teveel schade aan.

De ecologen kwamen er het eerst achter dat de aarde eindig is en dat bv. lokale overbelastingen van het milieu gevolgen hebben voor de hele wereld. De meeste economen echter redeneren nog steeds vanuit een groeimodel, waarvan nu de grenzen voelbaar worden: de ongebreidelde concurrentie maakt onze economie steeds nietsontziender. We zullen moeten inzien dat we in de toekomst met een gesloten wereldeconomie te maken krijgen. Die vereist weer een heel nieuw economisch principe: dat van de associaties.



Volgende pagina: Koning Klant ruïneert zijn Land!